Kroniek Schoonebeek - Sterven en begraven

Artikelindex

 

 

 december 1971

 

Sterfgevallen en begraven.

 

Het is ons voornemen geweest om u achtereenvolgens te vertellen wat er vroeger in ons dorp en omgeving plaats vond bij de geboor­te, bij een huwelijk en bij overlijden.

Alhoewel bij onze vertelling over het trouwen van vroeger als vanzelf ook ter sprake is gekomen het reilen en zeilen toenter­tijd in de samengestelde gezinnen, heeft het er ons toe gebracht even uitvoeriger in te gaan op wat er toenmaals in de boerengezinnen plaats vond.

      We stappen hier nu van af. Misschien doet zich de gelegenheid nog wel eens voor om hiermee later door te gaan en verschillende dingen het gehele jaar door nader te be­lichten. Thans gaan we ons bepalen tot mededelingen en sterfge­vallen.

Wanneer in een of ander gezin iemand overleden was kwamen er de naaste buren (naobers) in 't geweer.

Door de naaste buren werd het lijk afgelegd. Ze zorgden dat de klokken geluid werden; vroeger had je alleen klokken in de Ned. Hervormde Kerk.

      Was de gestorvene een volwassen persoon dan werden de klokken geluid. Was het een kind dan werd alleen de kleine klok geluid. Beide klokken waren oud, vooral de kleine klok. Dat was een angelusklokje of vesperklok en stamde nog uit de tijd van voor de reformatie.

In het sterfhuis kwamen alle buren dan samen om de burenplichten waar te nemen. De aangifte van het overlijden bij de burgerlijke stand, de dominee kreeg bericht, de doodgraver werd gewaarschuwd en ook de timmerman werd verzocht om de lijkkist te maken. Voor zo’n kist waren bij de meeste boeren de droge eikenplanken in voorraad en de timmerman kwam dan in het sterfhuis om daar de kist in elkaar te zetten.

      Vervolgens kregen de buren van de familie een lijst met namen of nauwkeuriger gezegd twee lijsten. De eerste lijst bevatte dan de namen van hen die op de begrafenis werden genodigd. De ande­re lijst bevatte de namen van diegenen die mededeling van dit sterfgeval kregen, het z.g.  “aanzeggen”. Elk der buren kreeg van die lijsten zijn deel en het werd op prijs gesteld dat én uitnodi­gingen én aanzeggingen persoonlijk werden gebracht. De naaste familie kreeg ook een uitnodiging om bij het kisten aanwezig te zijn (kistlegging).

Op de begrafenisdag was weer de hele buurt in span.

      De lijkwagen, heel vroeger een boerenwagen, met liefst 2 paarden ervoor, moest ook door de naaste buren in gereedheid worden gebracht. Het gekiste lijk werd op de wagen gezet, terwijl aan weerszijden van de kist stroowissen werden gelegd  Zo werd naar het kerkhof gereden, terwijl de naaste naobers aan weerszijden van de lijkwagen liepen. Kwam men in de buurt van de kerk, dan begonnen de klokken te luiden.

Volgwagens waren er niet. Wel kwam het een enkele keer voor dat oude mannen of vrouwen op zo’n lijkwagen plaats namen. Er is hier jaren, we mogen wel zeggen eeuwen begraven om het oude thans helaas verdwenen witte kerkje. Op het kerkhof rondom dit kerkje hadden de eigengeërfde boeren elk een afgepaalde grafruimte die later verdwenen is en het een alge­mene begraafplaats is geworden.

      Thans is deze begraafplaats niet meer in gebruik, maar wordt als een gesloten begraafplaats bewaard. Diezelfde begraafplaats is nu eigendom van onze burgerlijke gemeente. Vroeger stond het kadastraal op naam van de Herv. en Geref. kerk  en werd door een kerkhofcommissie beheerd.

januari 1972

 

Nadat de overledene ter aarde was besteld, hield de dominee een lijkpreek in de kerk en daarna ging de begrafenisstoet naar het sterfhuis terug  Typisch was het, dat op de terugreis dezelfde weg werd genomen als op de heenreis, al was er ook een kortere binnenweg of pad  Waarom dit gebeurde is ons niet bekend.

      Als de begrafenisgangers weer in het sterfhuis waren terug gekeerd stond de begrafenismaaltijd (groevenmoal) klaar. Een broodmaaltijd met koffie waarbij vroeger ham werd gepresenteerd. Deze ham werd later veranderd in kaas.

Daar was dan ook de dominee aanwezig voor de leiding bij die maaltijd. Twee bijzonderheden zijn hierbij nog vermeldenswaard.

Bij het vertrek van het sterfhuis stelde het hoofd van het gezin zich zodanig op dat al de genodigden hem moesten passeren en werd zo iemand door die genodigden een geldstuk in de hand gedrukt. Ook moest iedere buurvrouw een zekere hoeveelheid boter meebrengen die in grote peervormige stukken op de schaaltjes stonden, bij het zo even genoemde groevenmoal.

      Een eigenaardigheid bij die maaltijd was nog dit, dat die boter op tafel, die anders gewoonlijk opgemaakt was bij de­ze geledenheid niet gebloemd mocht zijn maar glad afgestreken.

U vindt misschien die gaven in geld en boter toch maar een vreemde zaak. Maar bedenkt u wel, dat ze toen geen verzekeringen hadden, zoals wij die op 't ogenblik op alle ter­reinen kennen. Daarom droeg men toen in geld en natura bij tot de begrafeniskosten.

Ook was er een tijd van rouw. De mannen kregen een druifje aan de pet genaaid, een zwart zijden druifje.

      Bij de familie kwam er nog een zwart zijden lint rondom de pet bij. In de rouwtijd werden zwarte kleren gedragen. De vrouwen droegen een slichte neepjesmuts of later een slichte muts over het oorijzer. Over het oorijzer werd dan nog een zwart hoedje gedragen, eveneens op de neepjesmuts ook zoiets.

      Het tijdsverloop van de rouw voor de naaste familie was één jaar en zes weken.

Natuurlijk moesten in de rouwtijd ook de gouden oorijzerspel­den vervangen worden door zwarte speldjes of knopjes.

      Grafstenen bestonden hier vroeger niet, enkele uitzonderingen daar gelaten, daardoor waren de graven later niet herkenbaar. Vandaar ook dat op het straks genoemde kerkhof bijna geen ou­de grafstenen te vinden zijn.

      Hiermee hebben we een en ander verteld over de begrafenissen in vroegere tijden alhier, en we stellen ons voor deze ru­briek in "Kerkespraak" D.V. over andere evenementen uit de historie te vervolgen.

     

 

 

www.oud-schoonebeek.nl