Kroniek Schoonebeek - Wegen

Artikelindex

 

 

 november 1976

 

 

Wegen Schoonebeek – Coevorden (I).

 

Tot nu toe hebben wij u verteld over het wel en wee in en om de boerderij hoe er werd gewerkt, welke gewassen er werden verbouwd en welk vee er werd gehouden.

In deze, en een eventueel volgende aflevering, willen wij U iets meedelen over de wegen van Schoonebeek naar Coevorden.

      Dat wij juist nu deze materie aansnijden, vindt zijn oorzaak in het feit dat wij van bevriende zijde, een exemplaar ontvingen van de oprichtingsakte van de “N.V. Coevorder Straatweg Maatschappij”  d.d. 20 september 1876, dus 100 jaar geleden.

In 1854 werd Coevorden als garnizoenstad opgeheven, hierdoor nam de handel op Coevorden toe, met name veehandel en boekweit namen een belangrijke plaats in.

De verbinding tussen Schoonebeek en Coevorden bestond in de vorige eeuw (voor 1881) uit een zomer en winterdiek (diek is weg). De zomerweg (het kleinste deel van de zomer begaanbaar) liep via Padhuis, Vlieghuis en Weijerswold over de Koppel, Escherbruggedijk, door de Bentheimerpoort Coevorden binnen.

 

De winterweg, die het grootste gedeelte van het jaar gebruikt werd, liep via Schans “de Katshaar”, Reindersdijk, de Loo door de Frieschepoort Coevorden binnen. In de omgeving van het Drostendiep splitste de weg zich, links richting Coevorden en rechts richting Dalen.

     Zoals vermeld liep een gedeelte van de winterweg over de Katshaar. Deze voormalige Schans werd door de Vlieghuizer boeren gekocht van de Domeinen.

Voor wereldoorlog II werden er plannen gemaakt om deze Schans te restaureren, de eigenaren hebben de gronden, waarin deze Schans is gelegen, geschonken aan de Stichting Oud Drenthe, enkele omliggende gronden zijn aan genoemde stichting voor een geringe prijs verkocht, na de tweede wereldoorlog zijn de plaatsen gerealiseerd. “De Schans” is gerestaureerd naar een kopie uit het laatst van de 18e eeuw. Er wordt aangenomen dat er reeds vroeger een z.g. versterkt bolwerk was.

De gemeenten Coevorden en Schoonebeek hebben financieel bijgedragen aan deze restauratie.

      Keren wij terug naar de al dan niet gebaande wegen. Zoals reeds werd opgemerkt nam Coevorden als handelscentrum een steeds belangrijker plaats in, waardoor de noodzaak van een betere verbinding zich meer en meer deed gevoelen.

Door de handel kwamen er ook meer geldmiddelen beschikbaar. Een en ander resulteerde in de oprichting van genoemde Straatweg Maatschappij.

      Op 22 september 1876 werd de oprichtingsakte gepasseerd door Notaris Albertus Slingenberg en mede ondertekend door: Jan Tallen Berends en Harm Loos te Weijerswold, Gerrit Jan Klaassen en Jan Hendrik Berends te Schoonebeek, Gerrit Scholten en Jan Rudolf Koek te Coevorden en Jan Hendrik Loos en Gerrit Berends te Weijerswold, beide laatsten traden op als gevolmachtigden van: 66 ingezetenen uit Schoonebeek, 22 uit Coevorden,  6 uit Padhuis, 4 uit Vlieghuis, 1 uit Den Anholt, 2 uit Pikveld, alle met name genoemd.

     Als doel wordt in deze akte genoemd, om een klinkerweg met de nodige bruggen, kunstwerken en tolhuizen aan te leggen van de “Keistraat” te Coevorden door het Moer naar Weijerswold en verder over den Anholt, Vlieghuis en Padhuis door de kom van het dorp Schoonebeek tot aan de Ellenbeek zijnde de grens van het laatstgenoemde dorp en die weg ten gebruik van het algemeen open te stellen en te onderhouden tegen een genot van een tol, door de Hoge Regering te bepalen. In art. 9 van de Vennootschap Coevorder  Straat Mij. werd bepaald dat het bestuur zal bestaan uit 2 bestuurders en 6 commissarissen, n.l. 2 uit Coevorden, 2 uit Weijerswold en 2 uit Schoonebeek.

     Als eerste bestuurders traden op: Jan Hendrik Loos en Gerrit Berends te Weijerswold en als commissaris Gerrit Scholten en Jan Rudolf Koek te Coevorden en Gerrit Jan Klaassen en Gerrit Wilms te Schoonebeek. Eveneens werd in dit artikel opgenomen dat de bestuurders en commissarissen geen beloning en geen reis en verblijfkosten vergoeding mogen ontvangen.

     Om de presentiegelden hoefde men de vergaderingen dus niet te bezoeken, voor het algemeen belang had men wat over.                                                          

 

 

 december 1976

 

Wegen Schoonebeek – Coevorden (II).

 

In de vorige aflevering hebben wij u iets verteld over de oprichting van de N.V. Coevorder Straatweg Maatschappij, aantal aandeelhouders, bestuur, commissarissen etc., thans willen wij ons verhaal vervolgen met de aanleg zelf van deze weg.

      Vanaf Coevorden tot Weijerswold moest een bijna geheel nieuw tracé worden gemaakt, de oude “zomerdiek” lag zuidelijk van de nieuwe weg. Men kon dus maar heel weinig gebruik maken van bestaande landwegen, wegens het hier en daar voorkomende laagveen was het zand nogal eens een probleem en werden dan ook grote en diepe bermsloten gegraven, om daardoor meer zand te krijgen.

      Vanaf Weijerswold naar Schoonebeek kon grotendeels gebruik worden gemaakt van de bestaande zandweg, dit gedeelte begon bij de boerderij van Berends te Weijerswold en liep ten noorden van de oude school (deze stond ten zuiden van de thans nog bestaande, niet meer als school in gebruik zijnde, schoolgebouw) te Vlieghuis, langs Den Anholt (boerderij Gruppen, café Otten); dit zal hoogst-waarschijnlijk een pleisterplaats geweest zijn, waar men aanlegde, wanneer men naar of van Coevorden ging of kwam.

      In Schoonebeek zelf was de aanleg, wat betreft de aardebaan, iets gemakkelijker, men kon ook hier gebruik maken van een bestaande weg, de z.g. Kerkdijk. Deze weg liep ten noorden van de groenlanden die zich uitstrekten tot de Stroom (het Schoonebeekerdiep). Aan de noordzijde van de weg lagen “De Kampen”, deze waren ten tijde van de aanleg nog gedeeltelijk met heide bedekt, hieruit kon men zand krijgen.

      Tegenwoordig worden in het kader van de z.g. aanvullende werken (A.W.) wegen aangelegd of verbeterd ter bestrijding van de werkloosheid. Wanneer men evenwel het aantal werkers bij een dergelijk karwei ziet, vraagt men zich wel af, of het veel zoden aan de dijk zet. Dat was in de tijd waarover wij schrijven anders. Men kende geen dragline, kipauto’s, bulldozers etc., alles moest met de schop gebeuren, er zullen bij de aanleg van deze weg dan ook wel veel mensen gewerkt hebben, een enkele hiervan is achter gebleven en heeft zijn levensgezellin in Schoonebeek gevonden.

      Waar deze “wegenbouwers” onderdak hebben gevonden is niet bekend. Als trefpunt zal wel het Schoonebeeker café waar tegenwoordig de familie Gommer woont (Europaweg 104 naast de oude Zuivelfabriek) hebben gediend.

      Toen de aardebaan gereed was, werden de stenen per schip aangevoerd naar Amsterdamscheveld (wat Schoonebeek betreft) en vandaar per smalspoor via de Slagen, de Bult, naar Schoonebeek vervoerd. De opslagplaats was in de omgeving van de vroegere smederij Schutten, later Joh. Klingenberg (Europaweg 164). Lange tijd heette het traject waar het smalspoor had gelegen in de volksmond nog het “spoordiekie”.

Per smalspoor en/of paard en wagen werden de stenen oost en westwaarts over de zandkip van de weg vervoerd, hierdoor werd meteen het zand vast gereden (trilmachines kende men niet).

      Te Pikveld en Padhuis werden tolhuizen gebouwd, deze werden voor een zekere tijd verhuurd, de tol was voor de huurder van het tolhuis, de tolbaas te Padhuis was tevens boer en mocht gebruik maken van de bermen; een zoon of dochter ging zomers met de koeien deze wegbermen beweiden.

      Wat een rust was er toen nog, auto’s of ander gemotoriseerd verkeer was onbekend, alleen paard en wagen en “kleedwagen” (linnenwagen). Door de aanleg van de klinkerweg kwam dit soort vervoermiddel in zwang, vroeger moest men vanwege de zand- en soms modderwegen gebruik maken van wagens met brede velgen, nu kon men deze koetsen, die smalle velgen hadden, gebruiken.

      De weg is aangelegd door de firma Weertman en Schulenburg. Voor welk bedrag deze firma de weg heeft aangenomen is ons niet bekend.

      De 103 aandelen à f. 250,00 brachten totaal een bedrag van f. 25.750,00 op, de Staat verleende een subsidie van f. 36.000,00 en de gemeente Coevorden

f. 12.000,00 terwijl de provincie 30 %  voor haar rekening nam. Hierbij werd echter de voorwaarde gesteld dat men een bepaalde korting mocht toepassen voor het onderhoud van de weg.

      De vorige aflevering eindigde met de bepaling dat de bestuurders geen enkele vergoeding kregen, ook de aandeelhouders hebben geen rente van hun geld gehad, voorzover bekend heeft men de aandelen niet terugbetaald, financieel voor deze mensen wel een schadepost. Het betere en snellere vervoer vergoedde echter veel.

                                                                                             

 

 maart 1977

 

Wegen Schoonebeek – Coevorden (III). Wegen (slot)

 

In de vorige afleveringen hebben wij getracht u de geschiedenis te verhalen van de “N.V. Coevorder Straatweg Maatschappij”, hierbij valt op, dat wel de gemeente Coevorden financieel bijdroeg aan de kosten van de aanleg van deze weg, maar niet de gemeente Dalen, waartoe Schoonebeek ten tijde van de oprichting behoorde.

Speelde toen al de poging van de Schoonebeeker bevolking om zelfstandig te worden, hierbij een rol? Wij weten het niet, maar opmerkelijk is het wel.

      Het laatste gedeelte van de weg van Ellenbeek naar de grens met Duitsland (de Twist) is aangelegd ten tijde van burgemeester Mulders, de voorbereiding werd getroffen onder zijn voorganger, burgemeester Dommers. Ook in dit weggedeelte kwamen 2 tolhuizen, één waar thans de fam. Eng. Elzing (Europaweg 9) woont (terecht draagt dit huis de naam “Oude Tol”), het tweede huis stond ten oosten van de R.K. Kerk in de omgeving, waar thans de oude houtzagerij staat (Europaweg 165).

      Ook bij de aanleg van dit gedeelte kwamen er problemen van het veen naar voren. In de omgeving van H. Wolting  (fam. G. Kramer) (Europaweg 29) was het veen zeer diep (wat ook bij de reconstructie van de straat na de laatste wereldoorlog duidelijk werd). Dit was te wijten aan de kruising van de weg met het stroompje de “Zwarte Rakker”.

Het eerste gedeelte na de Ellenbeek, de z.g. “Panddijk” gaf eveneens vanwege het veen, zijn problemen. Dit gedeelte “De Panddijk” dankt zijn naam aan het feit, dat door de “Boe” eigenaren een gedeelte moest worden onderhouden.

      Elk had een pand, waarvoor hij moest zorgen, dat de zandweg zo goed mogelijk begaanbaar bleef.

      Wegens het ontbreken van riolering en onvoldoende waterafvoer was de toestand van de nieuwe straatweg in tijden met veel regen slecht.

In een, in deze omgeving veel gelezen krant “Emmer Courant” stond d.d. 31.1.77 onder het hoofd “50 jaar geleden” het volgende stukje:

 

“Oud-Schoonebeek.

Onze dorpsweg is thans op meerdere gedeelten zoo verschrikkelijk vuil, dat het hier wel Modderbeek in plaats van Schoonebeek mocht heten. Zou, als ieder een pandje voor zijn woning schoon hield, er niet een hele verbetering zijn aangebracht?”

 

Of de vrome wens van de schrijver in vervulling is gegaan weten we niet.

De Dordseweg te Nieuw-Schoonebeek en de Nieuw-Amsterdamseweg zijn tot stand gekomen onder burgemeester Mulders. De weg naar Erica, de Beekweg, tijdens de periode van burgemeester van Ek.

De Oostersebos, Middendorp en Westersebos zijn gereed gekomen onder burgemeester Norbruis.

      Na 1945 zijn verscheidene wegen aangelegd en verbeterd mede door de komst van de Ned. Aardolie Mij.

      Het wegennet is thans zodanig, dat ook onze agrariërs grotendeels over verharde wegen naar hun land kunnen. Voor iedereen is dit een verbetering.

Een volgende keer willen wij U iets vertellen over de waterhuishouding.

                                                                      

                                                                                             

 

www.oud-schoonebeek.nl