Kroniek Schoonebeek - Booen

Artikelindex

 

 

September 1976

 

De Booën (I).

 

In de nummers van april, mei en september 1965 van Kerkespraak is reeds een en ander geschreven over de boeën. Wij willen nu echter iets uitgebreider ingaan op het gebruik van en de geschiedenis, die zich rondom deze gebouwen heeft afgespeeld in onze omgeving, met in begrip van het graafschap Bentheim.

      In het kader van het Monumenten jaar 1975 is de Willems boe geheel gerestaureerd en is de Hekmans boe herbouwd in de Beeklanden. Binnen niet al te lange tijd zullen ook de terreinen rondom de boeën in hun oorspronkelijke staat gebracht worden.

Het leek ons goed, juist nu iets meer te vertellen over de boeën

De naam “Boe” is o.i. voor Nederland oorspronkelijk, in Duitsland is het Boo. (Vergelijk “Moer” (veen) met “Moor”).

      Er wordt verondersteld dat, toen na de slag bij Ane in 1227, Rudolf van Coevorden als straf een klooster moest bouwen, dat slechts enkele jaren bestaan heeft tussen Coevorden en Schoonebeek, er door de kloosterlingen z.g. ’Uithoven”gesticht werden, waarvan er vermoedelijk één gestaan heeft in het kloosterbosje, op de grens met de gemeente Coevorden.

In navolging hiervan hebben onze boeren de boeën gebouwd, waardoor ook de landerijen in de omgeving van het Schoonebeker diep, richting Nw Schoonebeek gelegen, werden geëxploiteerd.

      De grond was vermoedelijk geheel in handen van de bisschop van Utrecht, die het rechtstreeks verhuurde aan zijn vazallen.

      De boeren kregen een vol waardeel; er werd een dijk, de z.g. kerkdijk aangelegd om het verkeer te vergemakkelijken (asfalt kende men toen nog niet). Aan de zuidkant van deze weg was het grasland en aan de noordkant het bouwland (akkerland) gelegen.

      Als bewijs, dat reeds in 1533 de boeën voorkwamen, kan worden verwezen naar het boek van prof. Arnold Foppe, getiteld “Anna Holmer”, dat in roman vorm de geschiedenis behandeld van een uit Munster gevluchte aanhanger van Jan van Leiden (wederdopers) die zijn toevlucht vond in de enige jaren geleden afgebroken “Goormansboo” in de Ringer Wüsten, vlak aan het Schoonebeker Diep, tegenover de boerderij van de familie Wubbels te Nw Schoonebeek.

      De wederdopers hadden in de graafschap Bentheim blijkbaar veel aanhangers, getuige het feit, dat bij de terechtstelling van drie van hun voormannen, die in ijzeren kooien werden gestopt, welke werden gehangen aan de toren van de Lamberti-kerk te Munster, zich bevonden: Bernd Krechting, vroeger pastoor in Gildenhaus  (bij Bentheim) en Heinrich Knipperdolling, ook uit de graafschap afkomstig.

Deze kooien, of misschien nagemaakte, hangen nog aan de toren van de Lamberti-kerk te Munster.

      De ridder, Otto van Fenusga uit het boek Anna Holmer heeft als vurig aanhanger van de Wederdopers, niet stilgezeten in de Goormansboo en heeft door zijn prediking aanhangers gekregen in onze omgeving, met name in Emlenkamp (Emlichheim) in de reeds eerder aangehaalde bijdragen  “Kerkespraak” is geschreven over de Moordbrenners de “Frömmen Kinder” van Emlichheim.

                                                                                              

 

 

 

oktober 1976

 

De Boeën (II). (vervolg)

 

Terug naar de Boe en de Boeheer.

Het bij de boe behorende grasland, plm. 1.00.00 ha. groot, werd zwaar bemest met stalmest, deze werd met de kruiwagen naar het land gebracht, om het wegzakken van het kruiwagenwiel zo veel mogelijk te beperken, werd dit omwonden met stroowissen.

Wanneer het vee in de wei kon in het voorjaar, keerde de boeheer terug naar de boerderij om daar in de zomer allerlei karweitjes op te knappen.

      Volgens het schatregister uit 1654 waren er 27 volle boeën, met 34 eigenaren. Enkele boeën waren gezamenlijk eigendom van 2 of soms 4 eigenaren.

In 1818 werden er 22 boeën geteld.

      Tussen 1819 en 1824 werd de marke verdeeld. Door de vele bochten in de Stroom (Schoonebeker Diep) kwamen de percelen niet tegenover elkaar te liggen (volgens Karst waren er 1000 bochten) en werd het verweiden moeilijker.

      Omstreeks 1806 kwamen de eerste kolonisten uit het Munsterland, welke geleidelijk aan de grond kochten van de Schoonebeker boeren.

Door deze verkoop en de veranderende bedrijfsvoering zijn ook de boeën verdwenen. Wij zijn dankbaar, dat de laatste Boe in haar oude luister is hersteld in de oorspronkelijke omgeving, om ons zodoende een idee te geven, hoe onze voorouders enkele eeuwen hebben geleefd.

      Tot de inventaris van de Boeheer hoorde o.a. een spinde (provisiekast), in het gemeentehuis staat een uit de Hekmans boe afkomstig exemplaar. Ook een ratel, welke de boeheer gebruikte voor het wegjagen van vreemd vee, eigendom van G.J. Wilms Sr is in het gemeentehuis aanwezig.

      De boeën hebben hun tijd gehad. De Stroom welke vroeger herhaaldelijk de landerijen aan weerszijden er van, onder water zette, wordt nu reeds voor de tweede maal gekanaliseerd, het oude verdwijnt en daarmee ook de romantische aanblik van de “Oude Beke”, maar voor de landbouw is de bedrijfsvoering en daardoor de opbrengst sterk verbeterd, dit is een pluspunt.  Ook de woonomstandigheden hebben een enorme verandering ondergaan. De primitieve verblijfplaats van de Boeheer en de hedendaagse woningen met alle comfort, zijn niet te vergelijken. Of alle verandering een verbetering is, wagen we te betwijfelen.

                                                                                                         

.

 

www.oud-schoonebeek.nl