Kroniek Schoonebeek - Markten

Artikelindex

 

 

 september 1975

 

Grepen uit de historie van Schoonebeek

 

In het mei nummer van "Kerkespraak" is door Ds. Zwarts in een "In memoriam" geschreven over het aandeel dat Derk Anholts heeft gehad als secretaris van het driemanschap V.W.A.

Onderstaand artikel is het laatste dat hij, in zijn keurig handschrift heeft geschreven.

Voor het vele werk dat hij ook in deze functie, met veel plezier heeft gedaan, denken wij in dankbaarheid terug.

 

 

 Markten en Varkenshandel. (I)

 

De jaarmarkten werden hoe langer hoe meer kermisvermakelijkheden, zodat deze vanzelf verdwenen zijn, niet alleen de kleine maar ook de grote zijn zo goed als weg. We denken aan de vanouds zeer bekende Coevorder markten waar onze boeren geregeld naar toegingen. Het leek er op dat, als de meerder­heid van onze boeren niet naar Coevorden naar de markt konden, ze een dag te­veel in de week hadden.

Enige van de oude markten houden nog stand. We denken aan de Daler zomermarkt die altijd, vooral als de Friesche boeren een niet te droog jaar hadden, daar heel beste kopers waren van de herfstkalvende vaarzen. Het heette wel eens zo dat de boeren uit onze omgeving op die markt een geldslag gingen houden.

Bij diegene die huurders waren, werd de jaarlijkse huur uit de boerderij niet eerder betaald dan na de grote Dalermarkt, dan waren de pachtpenningen er blijkbaar. Dit dan in afwijking van de gewone data van 1 mei en 1 nov. voor pachtbetaling.

De Zweelooërmarkt bestaat nog altijd en wordt jaarlijks gehouden begin augustus. In de tijd dat de herfstknollen gezaaid waren vandaar het oude spreekwoord "Wie knollen wil eten etc." Enkele uitzonderingen daargelaten is het persoonlijke marktbezoek tot nihil gedaald.

Meestal vindt de rundvee en varkensverkoop thuis plaats en ook de ontvangst. Al het rundvee werd vroeger in koppels met drijvers er achter of ook met een begeleider aan het touw naar de markt gebracht. Een bijzonderheid hierbij is nog wel het volgende:

 

 

 

 november 1975

 

Markten en Varkenshandel (II)

 

Onze boeren uit die tijd waren allen varkensfokkers. Er werden veel biggen gefokt en ook als biggen verkocht. Wekelijks zag je een 2-tal biggenkopers van huis tot huis gaan. Wanneer deze opkopers in de loop der week biggen kochten, dan moesten deze de daarop volgende maandag door de verkopers geleverd worden te Holslootbrug. Daar hadden die opkopers dan ieder een grote wagen klaar staan, waarin de biggen werden overgeladen en de betaling volgde. De biggen werden verder die maandag vervoerd richting Groningen en op de Groninger markt dinsdags verder verhandeld.

      De vrachtrijders die deze biggen vervoerden hadden zelf naast hun vrachtvervoer ook een boerderijtje. Als de biggen waren overgeladen had de boervoerman er ook belang bij dat het stro mee werd overgeladen. De biggen lagen namelijk in stro, maar het stronest was tijdens het vervoer er niet schoner op geworden zodat onze boeren er niet zo vlug bij waren omdat stro over te reiken. Stereotiep kwam van de handelaren de uitroep “Pak toch an jong, het is schoon stro".

      We meenden deze dingen als het gemoedelijke van vroeger toch even te moeten vertellen en daardoor de indruk te versterken dat één en ander in onze boerenbedrijven een totale verandering heeft ondergaan, die ons de dichter Pot doet nazeggen “Hoe genoeglijk rolt het leven des gerusten landman heen". Al dit gemoedelijke leven in de boerenbedrijven is totaal verleden tijd geworden en toch denken wij aan deze oude tijd terug.

 

     

Kippen en ganzen op de boerderij

Nu wij ons in voorgaande schetsen bezig hebben gehouden met de gemengde landbouwbedrijven, menen wij dat ook de kippen en ganzen een beurt moeten hebben.

Wanneer wij hier van kippen spreken staan ons voor de geest de oude “boerenkippen”. Op ieder bedrijf hetzij groot of klein waren die “boerenkippen” aanwezig, zonder deze was een boeren­bedrijf van vroeger niet compleet.

      Onder “boerenkippen" zoals wij die noemen, moet men verstaan, de ouderwetse soorten witte, zwarte en bonte kippen. Hierbij willen wij apart vermelden de z.g. "bolhoenders" waarvan er op ieder bedrijf enige aanwezig waren, met ook wel eens een "bolhaan”. Deze z.g. “bolhoenders” hadden geen staart, vandaar de naam.

Het terrein om de boerderij was het domein van de kippen, op hetzelfde terrein had men, met name op de grotere bedrijven, ook ganzen, dat deze op dit soort bedrijven gehouden werden vindt zijn oorzaak in de grote erven rond de boerderij.

      De ganzen werden o.a. gehouden voor hun veren(dons) waarmee de bedden gevuld werden en voor de eieren.

In de herfst kwamen de ganzenkopers, voornamelijk uit Enter (Overijssel) om de overtollige ganzen op te kopen, deze werden weer verkocht naar Duitsland (Weihnachtsganzen) en Engeland.

      De ganzenmarkt te Coevorden genoot vroeger een grote bekendheid (thans is het meer een folkloristisch gebeuren).

     

 Na het uitstapje over de ganzen keren we terug naar onze "boerenkippen".

We vermeldden reeds dat het erf voor de kippen was, waarop ze zich vrij konden bewegen. Bij slecht weer stond de deel met stallen tot hun vrije beschikking, ook daar konden ze een graantje mee pikken, ‘s morgens immers werd er gedorst waarbij altijd nog wel iets van het graan bleef liggen voor de kippen.

      Op de deel in de "hilde", boven de koeien,was een nachtverblijf afgetimmerd. In die hilde, aan beide zijden van de deel, waren ook de legnesten, gemaakt van oude afgedankte bijenkorven, (iemshuven). Als de kippen ‘s morgens van hun nachtverblijf kwamen waren de leg­nesten in de buurt en konden de kippen op de deel zich te goed doen aan het graan wat ‘s morgens gedorst was.

      ‘s Middags, onder het voeren, werd de boekweit gedorst; ook hiervan profiteerden de kippen. Het boekweitzaad werd met haver gemengd en als kippenvoer gebruikt. Van de beste boekweit met de mooiste korrel werd het zaad klaargemaakt en naar de molenaar gebracht om te malen, het meel werd gebruikt voor pannenkoeken (boekweitepannenkoek).

      Vermeerderingsbedrijven en broedmachines kende men in die tijd nog niet, men leefde nog dicht bij de natuur, een "broedse" kip werd op eieren gezet en waren de kuikens er, dan werd de kloek in een op zij gelegde bijenkorf gedaan welke opening met spijlen was afgesloten, waardoor alleen de kuikens naar buiten konden, want anders zou de kloek met de kuikens aan de wandel gaan, waardoor deze kuikens wel eens een gemakkelijke prooi konden worden voor eksters en kraaien.

      De eieren werden iedere dag verzameld en naar de winkelier gebracht, men ruilde ze meestal voor winkelwaar, 9 à 11 eieren brachten in de goedkope tijd 4 stuivers (20 ct.) op, de prijs schommelde enigszins met het aanbod. De eierhandelaren kochten ze weer op bij de winkelier, naderhand kwam de O.P.C. met een filiaal in Coevorden en had elk dorp z'n eierverzamelaar, ook dit is al weer historie.

      Door de boeren werden de eieren ook wel naar Coevorden gebracht en daar verkocht of, wat meestal gebeurde, verruild. Ieder had een vast adres waar ook stalling voor de paarden was.

      Op de boerderij zelf werden praktisch geen eieren gebruikt, behalve met Pasen, dan kon men zoveel eten als men lustte, hiervan werd door enkelen, volgens overlevering, nogal veel gebruik gemaakt. Men vastte een dag van te voren om toch maar zoveel mogelijk eieren op te kunnen; of de laatste even lekker was als de eerste is niet bekend. Ook bij ziekte werden er eieren genuttigd als versterkend middel.

      De oude kippen werden verkocht en ook wel geslacht (voor de soep) zodra de jonge kippen aan de leg waren. Het aantal kippen op het bedrijf bleef vrij constant.

Tot zover de pluimveehouderij in vroeger tijd, de volgende keer hopen wij U iets te vertellen over de “Imkerij”.                                                                                               

 

 

www.oud-schoonebeek.nl