Kroniek Schoonebeek - Noaberschap ed

Artikelindex

 

 

 Februari 1971

 

Grepen uit de historie,  

Noaberschop, geboorten.

 

In vroegere jaren was in ons dorp de buurtschap of zoals toen gezegd werd de naoberschap van grote betekenis. Door het woord naoberschap wordt het ook weer duidelijk dat we grensbewoners zijn, denk maar aan het Duitse woord: Nachbahr, d.w.z. buurman. In verschillende delen van ons dorp had je vroeger die naoberschappen. Iedere bewoner in een buurtschap had gewoonlijk aan iedere kant een vijf of zestal naobers. Het bestaat nog wel hier en daar, maar toch zijn vele van de oude naoberplichten verdwenen. Ze zijn door andere regelingen vervangen zoals b.v. Groene Kruis, Begrafenis ver., Bejaardenhulp enz. Iedere bewoner in zo'n buurtschap had ook twee naaste naobers, die bij alle voorkomende gelegenheden in zo'n gezin kwamen bijspringen. Ze verleenden dan allerlei hulp, dat noemde men de naoberplichten. Deze plichten kwamen bij allerlei gelegenheden naar voren v.n.l. bij geboorte, ziekte, huwelijk en overlijden in de gezinnen. Wanneer b.v. in een gezin een baby op komst was werden de naaste buurvrouwen enige tijd voordat de baby geboren zou worden op koffievisite uitgenodigd. Als zo'n geval zich voor deed en de naaste buurvrouwen naar die koffievisite gingen werd dat in de naaste buurt opgemerkt en hoorde je de opmerking: de huuve-spielers zijn er naar toe gegaan.

      Waar komt die uitdrukking vandaan? Denkelijk zijn er twee oorza­ken voor aan te voeren.

  1e  wanneer men in vroeger tijd eieren onder een broedse hen lei dan werd vaak  een iemshuuve voorzien van houten spijlen aan de open kant. Als de kuikentjes  uitkwamen  konden zij wel maar niet de hen er door. Dan was dus alles gereed.

  2e  wanneer de imker een zwerm verwachtte spielde hij de huuve om zodoende klaar te zijn als het een zonnige dag was om de zwerm op te vangen.  Vandaar de o.i. passende naam huuvenspielers.

Wanneer de geboorte van een kind zich aankondigde werden de 2 buurvrouwen geroepen om als assistenten de vroedvrouw de helpende hand te bieden, om de jonggeborene in te wikkelen enz.

      Er moest dan in zo'n gezin ook spoed gemaakt worden om een wieg of kinderwagen te krijgen. Zo'n wieg of kinderwagen werd in die tijd, in ieder geval waar het de geboorte van het eerste kind betrof, niet voor de geboorte aangeschaft. Het kon eens mis gaan. Kinderkleertjes waren wel aanwezig, die moesten er natuurlijk direct zijn. Deze werden dan ook voor de geboorte ter gelegenheid van de buurvrouwenvisite bekeken, opdat die op de hoogte waren van die kleertjes en waar ze die konden vinden.

      Als de moeder van het kraambed weer opgestaan was kwam de hele buurt wat de vrouwen betrof, om de jonggeborene te zien. Dus ter kennismaking voor de hele buurt.

                                                                                              .

 

 

  

 

Maart 1971

 

Dopen en kraamvisite.

 

Zo'n koffievisite ging ook vooraf aan de doop van het kind. Dan werd tussen de naaste buurvrouwen geregeld wie van hen bij de doopplechtigheid zo'n kind in de kerk mocht dragen, waar ze dan ook met het kind naast de moeder voor de preekstoel ging zitten. Als verder de jonggeborene voorspoedig opgroeide, kwam de kraamvisite aan de orde. Voor zo'n visite kwamen de familieleden van de ouders van het kind in aanmerking. Ze kregen daartoe een uitnodiging om op die of die middag te gaste te komen. Ze moesten dan een krentewegge meebrengen. Die krenteweggen werden vooraf bij de bakker besteld en ter kraamvisite meegenomen. Het was gewoonlijk een krentewegge van aanmerkelijke omvang. Die wegge moest natuurlijk vers zijn en werd voorzichtig in een weggebuul verpakt. Men had gewoonlijk zo'n weggebuul voorhanden maar was dat een enkele keer niet het geval, dan werd ook wel eens een gebloemd kussensloop gebruikt. Voor zover de gasten per wagen arriveerden werd zo'n krentewegge voorzich­tig op de knieën gelegd en zo ter plaatse gebracht. Hadden de gasten geen voertuig ter beschikking of was de afstand niet ver dan werd zo'n krentewegge aan een stok op de rug gedragen en op die manier vervoerd.

't Spreekt vanzelf dat door de aanwezigheid van zoveel krenteweggen de maaltijd in orde was en er overvloedig kon worden gegeten.

      Bij het naar huis gaan kregen de gasten ongeveer ¼ van hun krentewegge weer mee naar huis. Voordien werden gewoon­lijk brandewijn met rozijnen rondgediend (boerenjongens).

      Er was in de oude tijd nog al veel familieschap tussen ons en onze Duitse buren, dat waren dan vroeger de Graafschappers (Bentheim). De gewoonten bij zo'n geboortevisite waren gelijk, alleen met dit verschil dat de middagkraamvisites zich uitbreidden tot dagvisite. Het middageten bestond dan steevast uit stokvis en rijstebrij met donkerbruine suiker.

We hebben u verteld wat zich zo afspeelde in een buurtschap bij de geboorte, maar verder waren de naober­visites ook niet van de lucht.

      Het begon al direct met nieuwjaar. 's Morgens gingen de naoberkinderen al op pad om nijjaar te win­nen, zoals dat heette. Ze werden in de verschillende huizen van de buurtschap getrakteerd op een glaasje rood of ook wel stroop­nat, en ook ijzerkoeken en plassies.

      Zo gingen ook de ouderen rond om nieuwjaar te winnen, borreltje drinken, ijzerkoeken eten en meteen de koeien en varkens bekijken. Ook werd kennis genomen hoe het met het voer (hooi en stro) gesteld was, of er genoeg was enz. Ook werd de slachtkoe bekeken die straks zijn leven in de vleeskuip zou beëindigen. De grotere jeugd ging in de avonduren de buurtschap rond, wat wel eens aanleiding gaf tot gebruik van te veel sterke drank!!

 

 

 

  

Mei 1971

 

Koffievisite, spiensters, huwelijk. (I)

 

Vooral als die zelfde jeugd op nieuwjaarsmorgen uit de ver­schillende buurten aan één of twee slotadressen samen kwa­men, waar de jeugd van het dorp elkaar ontmoette, dan stroomde de jenever wel eens over tafel. Eindelijk ging men dan zingend en joelend op huis aan.

      In de oorlogsjaren 1914-1918 toen alles zuinig begon te worden, is dit afgeschaft.

De naobervrouwen gingen in de eerste helft van januari een middag op koffievisite, iedere middag bij een andere buurman, z.g. uit koffiedrinken. We hebben wel eens horen beweren, dat na afloop van die boerenvrouwen koffiemiddagen, het nog wel eens voorkwam dat de magen van streek waren en ook dat er heel wat nieuwtjes verteld werden, die niet alle voor geloofwaardig werden aangenomen.

      Wanneer in die tijd van het jaar nogal eens veel nieuwtjes werden verteld, werd er vaak gezegd, “Het zal wel van de koffiewieven kommen”. Buurt en familievisites strekten zich als praatavonden over de hele januari maand uit.

      Praatavonden voor de ouden, man en vrouw maar ook voor de jongeren. Bij de ouderen gingen de gesprekken meest over het bedrijf. Bij de jongeren deed men vaak spelletjes. Daarnevens had je in de oude tijd de spinsters. Heel vroeger hadden zij het spinnewiel op de nek, maar later gingen zij zonder spin­newiel.

      Die spinstervisites werden nog onderscheiden in dag en avondvisites (dagspinsters en avondspinsters) Over die spinsters zou heel wat te vertellen zijn. Vooral als ‘s avonds om een uur of negen ook de manlijke jeugd zich aanmeldde.

      We hebben daarover wel eens gehoord van de rondjager met de handklapper. De mens is een gezellig wezen en zo zocht men in vroeger tijd de gezelligheid. Er was immers nog geen radio of  t.v. En zo kwam langzamerhand het vroege voorjaar aan de beurt. Allerlei werkzaamheden werden weer voorbereid en zo ging dat door totdat de zomervruchten gezaaid waren en de aardappels gepoot. De boekweit kwam het laatst aan de beurt, de meimaand was weer in het land.

      De jongens en meisjes beklopten de lijsterbesstokjes, om er fluitjes van te maken onder het zingen van "Siep sap piepie, wanneer bis tow riepie, in de mei ‘e, in de mei ‘e”.

In de maand mei begonnen ook weer de familie visites en de huwelijken. In vroeger tijd was het de gewoonte om in mei te trouwen. Er was dan nogal wat tijd, omdat het hooien nog niet aan de gang was.

 

 

 

  

juni 1971

 

Koffievisite, spiensters, huwelijk. (II)

 

Zoals we een vorige keer al vertelden hadden de huwelijken in onze omgeving in de mei maand plaats. Over het algemeen was de vrijdag de trouwdag, maar aan die trouwerij ging eerst heel wat vooraf. De reisgelegenheden waren toen slecht dus men trachtte zijn vrouw te zoeken in de naaste omgeving. De verkering tussen een jongen en een meisje ging toen heel anders dan nu, geheimer zouden wij haast zeggen. Het kwam voor, dat jonge mensen verkering met elkaar hadden, zonder dat dit verder bekend was. Niet openlijk zoals nu en overdag, maar meer in de avond en de nacht. Men kwam niet binnen voordat de ouders naar bed waren en dus werd het wel eens laat. Daarom werd er in die tijd voor gewaarschuwd, om niet op zaterdagavond uit vrijen te gaan, want dan kon het wel eens zondag worden.  

      Was de vrijerij wat langer aan de gang, dan sprak men van het trouwen klaar te hebben. De ouders van weerszijden waren dan op de hoogte en dan werden de voorbereidingen tot het huwelijk getroffen. De jongelui kwamen dan met de wederzijdse ouders bij elkaar om één en ander te regelen. Heel vroeger noemde men zo’n bijeenkomst een maaksmaol.

      Men had in die tijd in onze omgeving, niet alleen hier, maar ook aan de overzijde van de grens de samengestelde gezinnen. Het aanstaande echtpaar moest dan samen wonen met ouders.

      Was de trouwlustige een oudste zoon, dan kwam de aanstaande jonge vrouw bij de ouders van de jonge man in te wonen.

      Deed zich het geval voor, dat er geen jongens in een gezin aanwezig waren dan trouwde de oudste dochter met haar aanstaande echtgenoot er bij in. Zo'n oudste dochter, z.g. de erfdochter, in de oude tijd was zeer in trek. Vaak was het dan ook een jongere zoon uit het eerst genoemde geval.

 

       Over en weer was men dan klaar. De boerderijen behoefden niet te worden verdeeld, en werd niet versnipperd en men leefde als samengesteld gezin. Omdat er toen nog geen A.O.W. was moest dat toen haast wel zo. Want de oudjes moesten tocht aan hun eind komen. Als er kinderen werden geboren uit zo’n jong gezin, waren de grootouders medeopvoeders van die kinderen. Grootmoeder was vaak kinderoppas, en de jonge vrouw had dan de handen meer vrij om zich aan het bedrijf te wijden. Omstreeks 1800 is dit blijkbaar (zo'n samengesteld gezin) nogal een sta in de weg geweest voor broers en zusters van zo’n in getrouwde zoon of dochter. Naspeuringen dien aangaand hebben bewezen, dat nogal eens een jongere zoon of dochter van de oude boer en vrouw ongehuwd bleven. In vele gezinnen trof je in die tijd ongetrouwde mensen aan. Ze bleven als oom en tante in zo’n groot gezin inwonen. Ze hadden dan zoals men dat noemde een vrije stee aan de haard. Zo’n oompie als hierboven bedoeld of ook een tante leefden dan gewoon mee met het gezin.

      De ooms hadden er dan vaak nog iets aparts bij, zoals bijen houden of ook als boeheer en de tantes waren vaak ijverig spinsters, vlasverwerksters etc.

Dit in-trouwen is nu totaal verdwenen.

      Toen hier een paar jaar geleden enige Leidse studenten kwamen met de opdracht om het reilen en zeilen van samengestelde gezinnen na te gaan, bleek dat in heel onze omgeving zo'n ouderwets gezin niet meer te vinden was.

Bij onze Duitse buren gebeurde het nog wel, alhoewel het daar ook heel wat minder wordt.

 

 

  

 

www.oud-schoonebeek.nl